In Campi Flegrei, ten westen van Napels, werkt Hans Wilschut aan een langzaam groeiend fotografisch onderzoek naar een landschap dat nooit helemaal stil is. Onder woonwijken, ruïnes, kustwegen en archeologische resten beweegt een vulkanische ondergrond die zich niet laat wegdenken. De plek ademt geschiedenis, maar ook onrust.
Het gebied wordt al eeuwen gevormd door bradisisme, het stijgen en dalen van de bodem. De laatste jaren is die beweging opnieuw voelbaarder geworden door een toename van aardbevingen. Toch gaat het dagelijkse leven door, juist daar, in een van de dichtstbevolkte vulkanische gebieden van Europa. Wilschut zoekt niet naar het spectaculaire beeld van dreiging, maar naar de stille spanning van een plek waar de aarde zelf aanwezig blijft. Campi Flegrei verschijnt als een landschap waarin tijdlagen over elkaar schuiven: antieke resten, hedendaagse bebouwing, toerisme, herinnering en een ondergrond die blijft spreken, al is het meestal zacht.