La Nave kijkt naar de Napolitaanse voorstad Scampia op een moment waarop een wereld al half aan het verdwijnen is. Rond de massieve woonblokken van Le Vele, lang belast met beelden van misdaad en verval, zoekt Hans Wilschut niet naar sensatie maar naar de trage, menselijke en weerbarstige werkelijkheid van het dagelijks leven. De film blijft dicht bij de gebouwen, bij de bewoners, bij een omgeving die door de buitenwereld al te snel is vastgelegd in een enkel verhaal.
Daardoor wordt La Nave meer dan een film over architectuur of sloop. Het is ook een werk over nabijheid, over geheugen, over de vraag hoe mensen zich blijven verhouden tot een plek die tegelijk last en thuis is. In plaats van het bekende cliché van Scampia te herhalen, opent de film ruimte voor liefde en afkeer, trots en verlies, allemaal aanwezig in dezelfde straten en dezelfde gevels.