In de periode voor en na 11 september 2001 woonde Hans Wilschut enige tijd in New York. De vliegtuigen boven de stad trokken zijn aandacht. Ze kwamen van JFK, LaGuardia en Newark en waren vooral in Brooklyn voortdurend hoorbaar en zichtbaar. Het was een van zijn eerste ervaringen met het leven in een metropool. Na 9/11 veranderde de betekenis van die vliegtuigen ingrijpend. Wat eerst vanzelfsprekend bij het stadsleven hoorde, kreeg een dreigende lading.
Met de serie New York Planes zocht Wilschut naar een manier om een stad te fotograferen die al vanuit vrijwel ieder denkbaar perspectief was vastgelegd. Zijn aandacht ging uit naar de restvormen van de architectuur: onverwachte composities van hemel, gebouwen, daklijnen en gevels. De serie werd vooral een onderzoek naar de psychologische positie van de fotografie en naar de manier waarop waarneming en gemoed het ongrijpbare zichtbaar maken.
Door de lange belichtingstijden werden de vliegtuigen lichttekeningen: tijdelijke, onvoorspelbare lijnen binnen een strak omlijnd kader. Wilschut wachtte nachtenlang in de buurten van New York en liet zich daarbij vaak leiden door het naderende geluid. Het veranderende licht en de lange belichtingen brachten toeval in het beeld. Gaandeweg groeide zijn besef dat fotografie niet alleen visualiseert, maar ook de grenzen van de waarneming opzoekt.